Blijven wonen én geld vrijmaken? Mogelijk met de verzilverhypotheek

Veel mensen die richting hun pensioen gaan, hebben een groot deel van hun vermogen in hun woning zitten. De hypotheek is (bijna) afgelost en de waarde van het huis is in de loop der jaren flink gestegen. Toch is dat geld niet direct beschikbaar. Met een zogenoemde verzilverhypotheek kun je een deel van die overwaarde gebruiken, zonder dat je hoeft te verhuizen. Lees hoe dit werkt en waarom het juist nu interessant kan zijn.

Overwaarde als pensioenpotje
Veel huiseigenaren van boven de zestig hebben hun hypotheek grotendeels afgelost. Met de gestegen woningwaarden betekent dat een flink vermogen dat vastzit in stenen. Tegelijkertijd merken veel mensen dat hun inkomen na pensionering fors terugloopt, terwijl de vaste lasten juist stijgen.

Een verzilverhypotheek, ook wel opeethypotheek genoemd, biedt dan uitkomst. Daarmee leen je geld op basis van de overwaarde in je woning. De bank stort dat bedrag maandelijks of in één keer, afhankelijk van de gekozen vorm. Je blijft gewoon in je huis wonen, terwijl je extra financiële ruimte creëert voor bijvoorbeeld dagelijkse uitgaven of een verbouwing. De rente en aflossing worden niet maandelijks betaald, maar opgeteld bij de schuld. Pas bij verkoop of overlijden wordt de lening afgelost uit de verkoopopbrengst van de woning.

Waarom juist nú interessant?
Begin 2025 liepen de hypotheekrentes nog stevig op, maar sinds de zomer is het beeld rustiger geworden. De meeste banken hanteren inmiddels stabiele tarieven, met hier en daar een kleine daling. Voor een rente van tien jaar vast met NHG betaal je bij veel aanbieders iets onder de 4%.

Tegelijkertijd blijft de spaarrente laag, vaak niet eens 2% per jaar. In combinatie met de stijgende huizenprijzen - volgens het CBS ruim 7% hoger dan een jaar eerder - groeit de overwaarde verder. Dat betekent dat huiseigenaren nu meer kunnen opnemen dan in voorgaande jaren, terwijl ze die waarde niet onbenut hoeven te laten.

Meerdere aanbieders hebben inmiddels een verzilverproduct, vaak met minimumleeftijden rond de AOW-leeftijd tot circa 60 à 62 jaar. De voorwaarden verschillen per bank. De ene richt zich op klanten met een bestaande hypotheek bij dezelfde aanbieder, terwijl anderen ook nieuwe klanten accepteren. Daarmee is de verzilverhypotheek niet langer alleen een nicheproduct voor 70-plussers, maar steeds vaker een optie voor mensen die hun pensioen willen aanvullen of hun woning levensloopbestendig willen maken.

Hoe werkt het precies?
De werking is simpel. De bank beoordeelt de woningwaarde, kijkt of er nog een kleine hypotheek openstaat en bepaalt op basis van je leeftijd hoeveel van de overwaarde kan worden opgenomen. Hoe ouder je bent, hoe hoger dat percentage – omdat de looptijd korter is. Het vrijgekomen geld kun je naar wens gebruiken. Je betaalt geen maandlasten; de rente wordt bijgeschreven bij de schuld. Daardoor blijft je besteedbaar inkomen gelijk, maar loopt de schuld in de loop van de jaren wel op.

Wat betekent het voor erfgenamen?
Bij overlijden of verkoop van de woning wordt de opeethypotheek afgelost uit de verkoopopbrengst. Wat daarna overblijft, gaat naar de erfgenamen. De meeste aanbieders bieden een zogenoemde no-negative equity-garantie, waardoor erfgenamen nooit bij hoeven te betalen als de schuld hoger blijkt dan de woningwaarde. Wel is het verstandig om dit vooraf met familie te bespreken. De overwaarde die anders naar de erfgenamen zou gaan, wordt immers deels gebruikt om de lening af te lossen.

Verschillen tussen aanbieders
Niet alle verzilverhypotheken zijn hetzelfde. Sommige banken keren het bedrag maandelijks uit als een vast inkomen, anderen werken met een kredietlimiet waaruit je zelf kunt opnemen. Ook de rentepercentages, minimale leeftijd en maximale opname verschillen per aanbieder. Omdat de bank meer risico loopt - je betaalt immers geen rente of aflossing tijdens de looptijd - ligt de rente vaak iets hoger dan bij een gewone hypotheek. Maar dat merk je in de praktijk niet in je maandlasten.

Een opeethypotheek kan een mooie manier zijn om de overwaarde in te zetten voor extra financiële vrijheid. Wel blijft het belangrijk om goed te berekenen wat het betekent op de lange termijn. De schuld groeit elk jaar door de rente-op-rente, waardoor er uiteindelijk minder overwaarde overblijft. Voor meer informatie? Vraag ons om advies! 

Flexibel met pensioen: welke mogelijkheden heb jij?

Met pensioen gaan hoeft niet te betekenen dat je van de ene op de andere dag helemaal stopt met werken. Steeds meer mensen kiezen ervoor om flexibel met pensioen te gaan. Dat betekent dat je het werk langzaam afbouwt of ervoor kiest om deels te blijven werken, terwijl je al van je pensioen proeft. Hoe werkt dat en wanneer is afbouwen met werken realistisch? In dit artikel kijken we naar de mogelijkheden.

Wat is een flexibel pensioen?
Een flexibel pensioen houdt in dat je zelf bepaalt hoe en wanneer je met pensioen gaat. Dit kan door je werkuren af te bouwen, eerder te stoppen, of juist langer door te werken. Het is een ideale oplossing als je nog niet helemaal klaar bent om fulltime te stoppen, maar wel al wat meer regie wilt bij het indelen van je bezigheden. Het kan ook zijn dat je bij voorbaat al nerveus wordt van het idee dagenlang thuis te zitten.

Deeltijdpensioen
Een populaire manier om flexibel met pensioen te gaan, is deeltijdpensioen. Hierbij blijf je een paar dagen per week werken en ontvang je tegelijkertijd een deel van je pensioenuitkering. Het grote voordeel is de relatief beperkte invloed op je financiële situatie, terwijl je langzamerhand aan het gepensioneerde leven kunt wennen. Bovendien wordt je weekindeling niet in één keer overhoop gegooid.

Als je dit overweegt, is het belangrijk om het met je werkgever te bespreken. Niet iedere werkgever biedt deze mogelijkheid, al is er vaak meer mogelijk dan je denkt. Samen kun je afspraken maken over de uren die je blijft werken en hoe dit wordt gecombineerd met je pensioenopbouw.

Eerder stoppen met werken haalbaar?
Voor veel mensen is stoppen voor de officiële AOW-leeftijd een ideaalbeeld. Dit kan, maar vraagt wel om een goede voorbereiding. Wil je eerder willen stoppen, houd dan rekening met een lagere maandelijkse pensioenuitkering. Dit omdat je jouw opgebouwde pensioenpot over een langere periode spreidt. Daarnaast ontvang je AOW pas vanaf de vastgestelde leeftijd, waardoor je het gat tot die tijd zelf moet overbruggen. Heb je spaargeld of andere bezittingen? Dat kan helpen om het gat te dichten.

Hoe zit het met je AOW?
Je AOW-leeftijd ligt vast en kan niet flexibel worden opgenomen. Voor de meeste mensen geldt dat ze vanaf het 67e levensjaar recht hebben op AOW. Afhankelijk van het geboortejaar kan dit oplopen tot 67 jaar en 3 maanden, zoals de website van de Rijksoverheid meldt. De Sociale Verzekeringsbank heeft op haar site een tool waarmee je eenvoudig jouw AOW-leeftijd kunt checken.

Altijd advies op maat
Flexibel met pensioen gaan betekent dat je zelf meer zeggenschap hebt over hoe en wanneer je stopt met werken. Daarbij is is een goede planning van belang. Je wilt niet pas achteraf ontdekken dat er met bepaalde zaken geen rekening is gehouden. Bovendien is elke situatie anders en zijn pensioenen altijd maatwerk.

Of je nu kiest voor deeltijdpensioen, eerder stoppen of langer doorwerken, een goede voorbereiding is zinvol bij iedere pensioensituatie. Neem de tijd om je plannen door te nemen en laat je ondersteunen door een adviseur. Zo creëer je een toekomst die echt bij je past.

Streep door verhoging AOW-leeftijd in 2030

Hoe langer mensen gemiddeld leven, des te later ze met pensioen kunnen. Althans, dat is de gedachte achter de rekenmethode waar de AOW-leeftijd op gebaseerd is. Maar wat als de levensverwachting minder stijgt dan verwacht? Deze vraag wordt in een recente brief aan de kamer van minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum beantwoord.  

Stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd
De AOW-leeftijd, oftewel de leeftijd waarop men recht heeft op een basispensioen vanuit de overheid, is gekoppeld aan de gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Deze koppeling zorgt ervoor dat de AOW-leeftijd mee kan stijgen met de levensverwachting. Kortom, naarmate we als mensen ouder worden, moeten we langer doorwerken. De verhoging wordt elk jaar opnieuw berekend en vijf jaar van tevoren aangekondigd, zodat er geen jojo-effect ontstaat.

Eerder al werd de AOW-leeftijd voor 2029 op 67 jaar en drie maanden vastgesteld. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat de levensverwachting minder snel stijgt dan eerder werd verwacht, onder andere door een hogere oversterfte in recente jaren. Dit heeft gevolgen voor de verhogingen van de AOW-leeftijd.

AOW-leeftijd in 2030: geen verdere verhoging
Door de gewijzigde verwachtingen van de maximale leeftijd is besloten om de AOW-leeftijd in 2030 niet verder te verhogen. Dit betekent dat de leeftijd blijft op 67 jaar en drie maanden, hetzelfde als voor 2029. Eigenlijk zou de AOW-leeftijd omlaag moeten op basis van de huidige cijfers. Dit echter niet mogelijk omdat bij wet is geregeld dat deze niet kan worden verlaagd als dat in tegenspraak is met de eerder genoemde vaststelling eens per 5 jaar.

Rekenmethode aanpassen?
De minister stipt aan dat de AOW-leeftijd misschien op een andere manier berekend moet worden bij een eventuele omslag in de levensverwachting. Daar is nu nog geen sprake van. De levensverwachting stijgt nog steeds, al gaat het in een langzamer tempo dan vóór de coronapandemie.

Verschil AOW- en pensioenrichtleeftijd
De AOW-leeftijd is dus de leeftijd waarop je recht hebt op een basispensioen van de overheid. Deze leeftijd hangt af van hoe lang mensen gemiddeld leven en kan dus veranderen. De pensioenrichtleeftijd is de leeftijd waarop de overheid het liefst ziet dat mensen hun aanvullend pensioen laten beginnen. Deze richtleeftijd bepaalt ook hoe je belastingvoordeel krijgt op je pensioenopbouw. Zie het als een soort standaard die de overheid aanhoudt. Wijk je hiervan af, check dan in hoeverre dit fiscale gevolgen heeft. Worden mensen gemiddeld ouder, dan zal ook de pensioenrichtleeftijd vroeg of laat volgen.

Het is afwachten of het inderdaad om een tijdelijke afname in de groei van de gemiddelde leeftijd gaat. Het antwoord hierop zullen we pas over één of meerdere jaren krijgen. Tot die tijd wordt het pensioenbeleid van de overheid gebaseerd op de huidige stand van zaken.

Verklein het risico op een pensioengat

Je kent ze wel, pensioenplaatjes van senioren die op een zonovergoten strand genieten van hun oude dag. BIj voorkeur onder een palmboom, met een verkoelend drankje in de hand. Een goed vooruitzicht, dat alleen lang niet voor iedereen haalbaar is. Zeker niet voor mensen bij wie een pensioengat dreigt. Wat kun je doen om dit te voorkomen?

Een pensioengat ontstaat wanneer er een tekort is in je pensioenopbouw, waardoor je na je pensioen minder inkomsten ontvangt dan verwacht of nodig is om comfortabel te kunnen blijven leven. Het nadeel van een pensioengat kan betekenen dat je je levensstandaard drastisch moet aanpassen, of dat je in het ergste geval financieel in de problemen komt.

Hoe ontstaat een pensioengat?
Er zijn verschillende oorzaken voor het ontstaan van een pensioengat. Een veelvoorkomende oorzaak is het wisselen van baan. In Nederland bouw je via je werkgever pensioen op, maar niet elke pensioenregeling is hetzelfde. Wanneer je van werkgever wisselt, kan het gebeuren dat je bij je nieuwe werkgever onder een minder gunstige pensioenregeling valt. Een ander risico is dat je hierdoor in een bepaalde periode geen pensioen opbouwt.
Het kan ook zijn dat je tijdelijk niet werkt, bijvoorbeeld door ziekte of een sabbatical. Ook veranderingen in je persoonlijke situatie, zoals een echtscheiding, kunnen invloed hebben op de hoogte van je uiteindelijke pensioen.

Wat kun je doen om een pensioengat te voorkomen?
Gelukkig zijn er manieren om een pensioengat te voorkomen, of in ieder geval de gevolgen ervan zo klein mogelijk te maken. Enkele tips zijn:

  1. Weet hoe je ervoor staat
    Dit klinkt logisch, maar veel mensen weten niet hoeveel pensioen ze opbouwen. Door regelmatig je pensioenoverzicht (UPO) te bekijken, kun je zien hoeveel pensioen je opbouwt en of er actie nodig is.
  2. Zorg voor een aanvulling op het reguliere pensioenpotje
    Als je merkt dat je pensioenopbouw tekortschiet, kun je overwegen om extra bedragen aan je pensioenfonds over te maken. Dit kan soms via je werkgever, maar er zijn ook andere mogelijkheden zoals een lijfrentepolis of banksparen voor je pensioen.
  3. Start met een persoonlijk spaar- of beleggingsplan
    Naast het traditionele pensioensparen, kun je ook zelf een bedrag opzij zetten in een spaar- of beleggingsrekening.
  4. Blijf op de hoogte van wijzigingen in pensioenwetgeving
    De regels rond pensioenen kunnen veranderen. Door goed geïnformeerd te blijven, kun je beter inspelen op deze veranderingen en eventueel je tactiek veranderen.

Pensioenplanning is vaak ingewikkeld en er is geen aanpak die past bij iedere situatie. Een goed pensioenplan hangt vooral af van je wensen en mogelijkheden. Kun je nu relatief eenvoudig een bedrag missen per maand? In dat geval is het eenvoudiger dan wanneer je iedere maand net de eindjes aan elkaar kunt knopen. Daarnaast spelen ook fiscale zaken een rol bij het uitstippelen van een pensioenplan. Goed financieel advies is hierbij vaak onmisbaar.

Een pensioengat kan een serieuze bedreiging zijn voor je financiële mogelijkheden op latere leeftijd. Door tijdig maatregelen te nemen, kun je ervoor zorgen dat je ook na je pensionering van een comfortabel inkomen kunt genieten. Niet het leukste onderwerp om je in te verdiepen, maar een goede investering in je eigen toekomst

Een scheiding en de gevolgen voor het partnerpensioen

Een echtscheiding is niet alleen emotioneel een ingrijpende gebeurtenis, maar ook financieel kan het veel veranderingen met zich meebrengen. Eén van de zaken die tijdens het scheidingsproces vaak over het hoofd wordt gezien is het partnerpensioen. Dit terwijl het belangrijk is om dit goed te regelen. We geven alvast een voorzet over welke rechten en plichten er ontstaan en hoe je kunt zorgen voor een goede voorbereiding. 

Partnerpensioen, ook wel nabestaandenpensioen genoemd, is een pensioenuitkering die bedoeld is voor de partner van de pensioengerechtigde na diens overlijden. Dit pensioen kan belangrijk zijn voor de financiële zekerheid van de achterblijvende partner. Bij een scheiding veranderen de uitgangspunten rond het nabestaandenpensioen.

De regeling van partnerpensioen bij echtscheiding
Wanneer je gaat scheiden, wordt het tot dan toe opgebouwde partnerpensioen in principe verdeeld volgens de regels van de Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding (WVPS), tenzij er andere afspraken zijn gemaakt. Afwijkingen op deze wet kunnen bijvoorbeeld zijn vastgelegd in huwelijkse voorwaarden of een echtscheidingsconvenant. Belangrijk om te benadrukken is dat alleen het partnerpensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk verdeeld wordt tussen de ex-partners.

Rechten en plichten
Na een scheiding heb je als ex-partner in principe recht op een deel van het partnerpensioen van je voormalige echtgenoot. Dit recht blijft bestaan, ook als je ex-partner na de scheiding opnieuw trouwt of een nieuwe partner krijgt. Wat betreft de plichten is het belangrijk dat je als ex-partners elkaar blijft informeren over veranderingen die invloed kunnen hebben op het partnerpensioen. Denk aan hertrouwen of verhuizen naar het buitenland.

Voorbereiding op verdelen partnerpensioen
Om je goed voor te bereiden op de verdeling van het partnerpensioen bij een scheiding, is het verstandig om tijdig alle benodigde informatie te verzamelen over de pensioenregelingen die van toepassing zijn. Hier zijn enkele stappen die je kunt nemen:

Het regelen van het partnerpensioen bij een scheiding kan een complex zijn, maar zorgt wel voor helderheid. Zorg voor een goede voorbereiding en voorkom dat het nog geregeld moet worden als de scheiding allang rond is.